Je bekijkt nu Terugblik tweede helft van het baan seizoen van Ioann

Eindelijk de terugblik op de tweede helft van mijn baan seizoen. Vorige mail heb ik jullie verteld over mijn eerste vier wedstrijden. Waarin ik ook heb verteld over mijn kleine struggles in Portugal, omdat mijn lichaam niet 100% was. Dit speelde zeker mee in de eerste wedstrijden. Maar het doel is er nog altijd. EK u23 Bergen. Hoewel ik al drie keer PR had gelopen, had ik toch al gehoopt dat ik de limiet zou hebben. Ik moet vertrouwen blijven houden en niet te veel bezig zijn met de limiet. Voor dat ik weer terug ga naar de 1500 meter, doe ik nog twee 800 meters voor de snelheid.

9 juni – 800 meter Hengelo FBK Games voorprogramma.

De eerste 800 meter van het seizoen is altijd spannend. Voor mij voelt het altijd als een lange sprint, na het eerste rondje vraag ik me altijd af hoe ik dit nog een ronde ga volhouden. Ik weet ook totaal niet waar ik sta op dit moment op deze afstand, dus ik ga er lekker onbevangen in. Ik voel me wel goed, 30 min voor de start doe ik nog even een 200 meter op 800 meter tempo. Althans, dat was de bedoeling, maar het enthousiasme nam de overhand. Ik moest tussen de 26,0-26,5 lopen, maar de stopwatch van Guido zei toch echt 24,6. Ik loop naar Guido zonder dat ik de tijd weet en zeg. “Dit voelde wel lekker, ben even gereset” Hij moet lachen en zegt “Hij was aan de harde kant, maar je ziet er scherp uit”. Ik hoef niet de tijd te weten op dat moment. Maar zijn gezicht sprak boekdelen.

Ik heb er echt echt heel veel zin in. Ik voel me goed en ik loop met een big smile het stadion in. Je moet genieten van deze momenten. In het FBK stadion, met de subtop van de 800 meter, geen druk en niet jouw afstand. Ik geniet! We worden in onze banen gezet en op dit moment denk ik vrij weinig. Het startschot klinkt en vanaf dit moment begint het freestylen. Na meter 100 was mijn wedstrijdplan (rustig invoegen op de vierde/ vijfde positie) volledig door de wc gespoeld. Het voelde zooo makkelijk dat ik achter de haas belandde. Ik hield na 200 meter wel een heel klein beetje in, in de hoop dat iemand over wilde nemen. Maar niemand wilde, dus dan gaan we er zelf wat leuks van maken.

Op 400 meter stapt de haas al uit. Wat ik best vroeg vond, maar hij kon het tempo al niet meer aan. Ik probeer te versnellen van 500 naar 600 meter en verwachtte in de tussentijd wel al ingehaald te worden. Maar niemand kwam. Wat een bijzondere wedstrijd, ik was alles behalve de favoriet. Wat gebeurt hier. Ik probeer nog eens door te versnellen en toen voelde ik opeens iemand naast me komen. Al heel snel was hij voorbij me en het was niet een iemand, het waren er ook geen twee, het bleef ook niet bij drie. Nee. Ik werd in een tijdspan van misschien twee seconden door zes man ingehaald. Ik had het stiekem wel een beetje verwacht, ik probeer nog wel aan te haken. Maar vanaf dit moment begon ik al te zwemmen en ik moest nog 80 meter. Het groepje van zes ging uitmaken wie er met de winst vandoor ging en ik besefte me na de finish gelijk wat een mooie impulsieve, jeugdige wedstrijd dit was. Ik heb nergens spijt van, sterker nog ik kijk er met trots op terug. Dit was een goede ervaring.

En het levert leuke verhalen en beelden op. De verdwaalde 1500 meter loper op kop in een 800 meter. Echt niemand snapte wat ik, Ioann op kop deed. Dat ze dat ook dachten tijdens de race vind ik wel grappig. Ik had letterlijk niks te verliezen en de eerste ronde dacht ik dat ik de hele wereld aan kon. Dat neemt niemand me meer af. Ik finishte in 1:50.49, 0.7 seconde boven mijn PR dus zo dramatisch was het niet en het mooie is nog. Over vijf dagen mag ik het opnieuw proberen op deze sprint afstand.

14 juni – 800 meter Leiden Gouden Spike

Revanche op deze meedogenloze afstand, dit keer op een iets kleinere wedstrijd. Hopelijk zal dit m’n enthousiasme en onbevangenheid ietsje onderdrukken. 😉 Ik heb er opnieuw heel veel zin in, vooral omdat ik me voor mezelf wil bewijzen. Maandag was niet de Ioann die ik wilde laten zien. Ik weet dat ik beter kan. Maar de vraag is, hoeveel beter? Ik doe een iets kortere warming-up, want het is best warm. Ik ben vrij snel klaar om nog een 200tje te doen. Daarna rust ik nog even uit en verkoel ik nog even voordat ik de call-room in ga.

We krijgen onze banen te horen en gaan achter ons blok staan. Ik sta met een Ethiopiër in baan acht. Baan acht vind ik zelf altijd de moeilijkste baan, omdat je tot 120 meter niemand kan zien. Dus kan ik niet makkelijk aanpassen hoe hard ik moet starten. In dit geval was het nog moeilijker door die Ethiopiër die een 4 seconde sneller persoonlijk record heeft, dus daar mee vergelijken heeft sowieso geen nut. Ik laat het maar gewoon gebeuren en zie wel hoe het loopt.

Het startschot klinkt en zoals ik al had verwacht vliegt die Ethiopiër de bocht uit en ik heb geen flauw idee wat ik moet om heel eerlijk te zijn. Het voelde snel die eerst 100 meter, maar ik kijk links naast me op het moment dat we de bocht uitkomen. Laatste! “Pfoe dit wordt nog wat” dacht ik. Dit is precies het tegenovergestelde van FBK games wat makkelijk voelde en ik achter de haas kwam. Was nu zwaar en loop ik laatste positie. Maar ik schakel gelijk, ik zet iets aan om een goede positie te kiezen. Dat is dan weer een voordeel aan baan acht. Je kan mooi je positie innemen.

Voorin gaat het direct heel snel, dus het is eigenlijk meteen op 250 meter een lang gerekt lint en loop ik op 10e positie. Ik probeer in mijn ritme te komen, wat best moeilijk is in een 800 meter omdat het oncomfortabel hard gaat. Dit blijkt ook bij de 400 meter doorkomst. Een jongen zakt door in het veld, waardoor een groepje van vijf los is van de rest. Ook ik heb op dit moment moeite met bijhouden en iedereen heeft die inzakkende jongen al ingehaald, maar ik mis een beetje de boot. Het tweede groepje loopt ook bij me weg en met 300 meter te gaan haal ik die jongen pas in. Ik moet met tegenwind een gat dichtlopen.

Dit was zeker niet optimaal, maar ik begin er nu wel goed in te komen. We moeten natuurlijk niet vergeten dat de 800 meter voor mij altijd als een sprint aanvoelt. Met 200 meter te gaan gooi ik volledig het gas open. Ik haal nog iemand in met nog 150 meter te gaan en nu wordt het zolang mogelijk overleven en strijden tegen de verzuring. Ik kom nog dichterbij de top vijf, maar wordt uiteindelijk zevende in een dik nieuw PR. Van 1:49.92 naar 1:48.77. Heel blij met deze wedstrijd, vooral na afgelopen wedstrijd. Het gevoel zit goed, snelheid zit goed, duurvermogen zit goed en misschien wel het belangrijkste! Mijn vertrouwen zit goed! Volgend weekend gaat dat limiet eraan!!

21 juni – 1500m Golden Series Ciney – België

Geen tijd om stil te zitten. voor deze Ik ben uitgenodigd wedstrijd in België en hoor er veel goede verhalen over. Er staat een goed veld aan de startlijn en ik ben beter dan ooit. Dion een teamgenootje, twee trainers en ik rijden de dag van tevoren naar België. We zitten in een hotel in de buurt van de wedstrijd. Ik heb er onwijs veel zin in. Helaas waren er een paar afmeldingen in de week van de wedstrijd. Vooral van snellere jongens. Dus ik sta nu tweede op de startlijst. Er gaat goed gehaast worden en als het tempo hoog ligt en ik zet mijn eindsprint goed in. Dan win ik en hopelijk duik ik dan onder de tijd van 3:39.55. Het doel wordt dus. Winnen!

Opnieuw is het echt een warme dag, dus goed blijven drinken en verkoelen. Het belangrijkste is om je hoofd koel te houden, letterlijk en figuurlijk. Het heeft echt 0 zin om er over te klagen of wat dan ook, daarnaast denk ik dat ik wel goed kan omgaan met de warmte en externe factoren. Het gaat dus helemaal goedkomen. Ik krijg nog een duimpje van Guido mijn coach, geef Dion en dikke knuffel. It is showtime. We worden klaargezet op de lijn, ik voel een kalmte, geluk maar natuurlijk ook spanning. Vandaag is de dag. Het startschot klinkt en ik loop relaxed naar de bocht. Misschien iets te relaxed, waardoor ik nog niet op de positie ben waar ik wil zijn, maar ik wacht. De eerste 300 meter boeit het echt niet waar je loopt. Op het rechte stuk van 200-300 meter zet ik ietsje aan en voeg precies voor de bocht in op derde positie. Voor me lopen de haas, de snelste van het veld en daarna ik. Prima, hier wil ik zitten. De haas komt iets te langzaam door en ik heb door dat de jongen voor me niet direct achter de haas zit. Ik baal hier van, want ik hoop niet dat het weer een race gaat worden waar ik al het werk moet gaan doen.

Helaas wordt dit wel het geval, de haas versneld iets en de jongen voor me haalt het niet. Ik voel me echt onwijs goed. Maar het liefste zit ik niet direct achter de haas. Na 600 meter moet ik er echt aan geloven. De haas heeft intussen al een gat geslagen, die ik moet dicht lopen. Uit frustratie liep ik het vrij snel dicht. Wat natuurlijk niet het meest verstandige was. Maar prima de haas anticipeert er ook op en versnelt nog eens. Ik kom er nu echt lekker in, maar merk dat ik op mijn limiet loop.

Op 1000 meter stapt de haas uit en op dat moment wordt ik ingehaald. Hij trekt het goed door, dus ik kon mooi volgen. Ik laat een klein gaatje zodat ik een klein beetje kan uitrusten. Ik voel me goed en ik voel dat ik ga winnen met 300 meter te gaan. Mijn sterke stuk moet namelijk nog komen. Ik haal hem in met nog 150 meter te gaan, het verstandigste was om te wachten tot het rechte stuk. Maar ik kon niet meer wachten en tijd was in mijn geval ook nog belangrijk. Ik wil zo snel mogelijk naar die finish, iedereen staat aan te moedigen vanuit baan drie en op het binnenveld staan vuurspuwers. Ik ben er bijna en ik zie 2 meter voor de finish de klok verspringen naar 3:40. Op dat moment weet ik al, ik ben te laat.

Ik ben tevreden. Ik heb gedaan wat ik moest doen, want dat was winnen. Wel alsnog in een mooie tijd van 3:40.17. opnieuw een PR. Maar ik baal ook. Dit was de laatste kans om de limiet te lopen. Volgende week kan nog want dan is de limiet window nog open. Maar er zijn geen goede wedstrijden meer. Hier stopt mijn EKu23 droom. In de auto terug evolueer ik mijn race en afgelopen wedstrijden met Guido. Toen vertelde hij dat hij misschien nog een goede wedstrijd voor me kon regelen via een manager. Maar die manager lachte ons nog net niet uit. Met 3:40.17 ben ik simpelweg nog een nobody.

Maaarrrr de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Diezelfde manager had nog twee atleten die nog een goede wedstrijd zochten en laat ik nou net kunnen meeliften op hun prestaties. Dit gebeurt soms in de atletiek. Zie het als een soort combi-deal. 3 voor de prijs van 2. Die manager legt dan twee atleten die 3:35 voor aan een wedstrijd, maar wilt dan ook dat ik aan de zelfde startlijn sta. Zo beland ik aankomend weekend in Polen, Poznan Czesław Cybulski Memorial. Dit is echt een magische kans, waar ik echt heel dankbaar voor ben.

Dit weekend is toch wel een beetje waar je van droomt. Alles is geregeld van moment dat je op Schiphol staat tot je weer op Schiphol staat. Hotel, eten, taxi’s, shuttles. Ik heb zoveel zin in de hele experience. Ik dacht dat ik een beetje de enige Nederlander zou zijn die naar Polen zou gaan. Maar op Schiphol zag ik op eens een handje vol atleten staan, waaronder Samuel Chapple een oud teamgenootje. Dus ik was niet helemaal op alleen mezelf aangewezen, wat ook wel fijn was. We landen rond 15:00 in Poznan, Polen en worden opgehaald door de organisatie. Met een taxi vol Nederlanders, rijden we naar het hotel.

Het was echt een atletenhotel, beneden stond een informatie tafel. Daar kon je je startnummer ophalen en kreeg je alle informatie die je nodig had. Eettijden, shuttletijden, afstanden van hotel tot baan en trainingscomplex, startijden etc. Daarna kon je inchecken. Ik kreeg te horen dat er al iemand ingecheckt was, ik had geen flauw idee wie het was. Dus dat is natuurlijk wel een beetje spannend. Kom je in een kamer met een wild vreemde. Ik klopte voor ik de kamer inging, maar hij was zelf niet binnen.

Ik wilde even een uurtje ‘’landen’’ na het gereis en alle indrukken en ik spreek met drie andere atleten af om even een rondje los te lopen. Even 20 minuutjes shake-out. We zitten dicht aan het centrum van Poznan, maar om heel eerlijk te zijn heb ik 0 voorwerk gedaan en we lopen van het centrum af. Wat niet perse een mooi gedeelte is, maar is prima.

Na het lopen kom ik terug in het hotel en zie ik mijn kamergenoot. Malik Skupin-Alfa. Een in 2004 geboren, introverte, bescheiden en vrolijke halfbloed. Je zal vast denken, waarom ben je jezelf aan het omschrijven, maar ik heb het over Malik. Het klikte echt vanaf moment een. Hij komt uit Duitsland en is een 800 meter loper. Hij is al geplaats voor het EK onder 23 en eigenlijk al zeker. Maar zo bescheiden als hij is, denk hij dat het nog kan veranderen als 1:45 loper en tweede op de Duitse ranglijst. Het is een jongen die je oprecht de wereld gunt. Tot nu toe geniet ik van elke seconde en is het wat mij betreft al een top weekend.

Ik merk dat ik heel lang doe over heel veel randzaken, maar geloof me. Ik zou er nog heel veel meer over willen vertellen. Ik ga er nu iets sneller doorheen. (Want het is nog maar vrijdag 17:00) Ik heb onwijs lekker gegeten en gezellig gepraat. Terug op de kamer echt tot 23;00 blijven lullen met mijn kamergenoot. Terwijl we zeiden dat we 22:00 zouden gaan slapen, maar ik denk dat we daar beide nog niet aan toe waren door de spanning en zenuwen. Ik loop de volgende dag toch pas om 14:20

5 Juli – 1500 meter Czesław Cybulski Memorial – Polen

Oke nu kom ik echt ter zake. Het is raceday. Ik heb er echt onwijs veel zin in en zorg er nog beter voor dat ik goed voorbereid ben. Beter dan normaal, het is allemaal net iets spannender. Ik neem een bus eerder dan nodig is, zodat ik niet voor verrassingen kom te staan. Het is warm vandaag, dus ik moet net als in Ciney, goed blijven drinken en cool blijven. Dit keer is cool blijven ook net iets moeilijker. Ik begin met mijn warming-up. Om heel eerlijk te zijn deed ik maar wat. Ik was echt niet scherp. Ik heb natuurlijk wel een hou vast van wat ik normaal doe. Maar ik vergeet opeens volgordes en maak zelfs een reken foutje met mijn harde 200 meter die ik een half uurtje voor de start moest doen. Wat betekent dat ik een 10 minuten kortere warming-up heb gedaan. Stom!! Ik trek mijn spikes weer uit en ga verder met mijn w-up. Om 10 min later weer spikes aan te doen. Ik ben na de versnellingen en harde 200 meter wel ready. Ik kijk op mijn horloge en de tijd gaat echt onwijs langzaam en ik moet nog 25 min wachten.

Ik verveel me in mijn w-up. Ik herhaal veel, maar ik wil ook niet te veel en te moe worden. Dus ik zit hier en daar even en ga een keer of vier naar de wc en ik raak gewoon geïrriteerd van de langzaam tikkende tijd. 15 min van tevoren mochten we de call-room in, dus een keer raden wie er al klaar voor stond. Kom ik daar heen, wordt het nog 10 min uitgesteld. Nu begint het komisch te worden. Ik schakel wel gelijk, opnieuw nog even laatste puntjes op de i en zeg zelfs tegen mezelf: ”Dit heb ik nog even nodig”. Uiteindelijk mogen we naar het stadion. Ik heb echt onwijs veel zelfvertrouwen, maar ik moet niet gaan denken dat ik al met een been in Noorwegen sta. De race moet nog gelopen worden. Ik heb zin in het spelletje, dit zeg ik nog tegen Samuel. We gaan er wat moois van maken.

We mogen het stadion in en doe nog een versnelling. Ik kijk om me heen en voel het zelfde magische gevoel als tijdens FBK games. Ik hoor een keiharde fluit, iets wat pa altijd doet bij wedstrijden. Dus uit automatisme kijk ik op de tribune of ik pa zie zitten. Maar is uiteraard niet het geval. Dus ik lach om mezelf en doe alsof pap er toch bij is. Ik begin toch wel wat zenuwachtiger te worden. We staan aan de startlijn en ik heb er onwijs veel zin in. Het startschot klinkt. Ik start echt rustig, wat echt wel prima is. Er gaat namelijk gehaast worden op 1:34. Dus ik beland op de laatste positie. Het voelt relaxed. (gelukkig maar) Ik schuif van 100 naar 200 meter een plekje op en kan zo lekker aan de binnenkant lopen.

Twee jongens voor me lopen elkaar de hele tijd een beetje in de weg, dus ik stoor mij daar best wel aan. Ik hou even geduld tot het rechte stuk van 400 naar 500 meter en ik ga er voorbij. Meer rust aan mijn hoofd en dit kostte me amper energie. Ik loop weer lekker aan de binnenkant en het voelt alsof ik echt 1% onder mijn limiet aan het lopen ben. Dit voelt onwijs heerlijk. Ik merk dat het veld een beetje uit elkaar gerekt wordt, ook aan de jongen voor me zie ik dat het tempo hem te hoog ligt. Dus vlak voor de laatste 800 meter, haal ik hem nog snel in. Zodat ik in de bocht weer lekker kan chillen. Er lopen nu zes jongens voor me en ik merk dat die zesde jongen bij me weg begint te lopen. Ik wil pushen, maar ik voel gelijk. Ik heb maar 1% marge. Dus ik houd me soort van in, aan de ene kant voelt het zwak, maar aan de andere kant voelt het de juiste keuze. Ik wil mezelf niet opblazen en dit tempo voelt comfortabel hard, maar haalbaar.

Ik luister naar mijn gevoel en kom alleen te lopen. Ik probeer me te focussen op een jongen die aan het inzakken is. En precies bij de bel wordt ik ingehaald. Ik vind een tweede adem en voel dat ik deze jongen niet kan laten gaan. Nu mag het pijn doen. Hij trekt hem mooi door en zie die jongen die inzakt steeds dichterbij komen. Met nog 220 meter te gaan haal ik hem in. Ik wil nog de jongen terugpakken die me net nog inhaalde. Dus ik geef alles wat ik heb. Helaas lukte dit niet meer en de klok stond stil op de tijd van de nummer een. 3:35.

Ik wil de klok niet zien, ik wil de tijd niet horen. Ik was ongelofelijk trots op deze wedstrijd. Laat me zo lang mogelijk in deze euforie, niet wetend of ik de limiet heb gehaald de ja of de nee. Ik ga op mijn rug liggen op het tartan. Ik kijk naar de lucht…… Dit zal niet lang geduurd hebben, maat het was magisch. Samuel komt en hijst me omhoog. We kijken naar het bord en de tijden springen een voor een tevoorschijn. 8. Ioann Lobles – 3:38.49. Ruim een seconde onder de limiet voor Bergen! Ik heb nu ik dit schrijf opnieuw een glimlach van oor tot oor.

Tijdens het uitlopen gelijk Guido en Juul gebeld. In een soort onwerkelijke waas. Mijn lichaam voelt niet top, maar wat boeit het op dit moment. Ik heb eindelijk kunnen laten zien wat ik waard ben en waar ik al het hele seizoen in geloof. Wat ik al vanaf Monte Gordo (onioann’s) uitspreek naar vrienden, familie en trainingsmaatjes. Het is intussen 17:00 ongeveer en wil graag nog even wat zien van Poznan. Dus ik heb geregeld dat Samuel mijn tas meeneemt terug naar het hotel. Zodat ik 5km kan uitlopen naar het mooie centrum van Poznan. Hier haal ik nog wat souvenirtjes en zit nog even op een terrasje op de oude markt van Poznan. In het hotel uiteindelijk heerlijk gegeten en nog weer even gekletst met mijn roommate Malik. Die had helaas geen pr verbetering, maar het moet heel gek lopen wilt hij niet gestuurd worden. Ik probeer vroeg te slapen, want de wekker gaat om 4:00. Om 6:30 zit ik alweer in het vliegtuig terug naar Nederland.

Nog nooit heb ik zoveel over een wedstrijd verteld, maar dat laat ook weer zien hoe bijzonder dit weekend was. Ik heb echt onwijs genoten van elk uur en uiteraard als kers op de taart mag ik naar het EK. Waarvan ik de donderdag erop gelijk teammeeting heb op Papendal. We krijgen wat nieuwe kleding, ontmoeten de staff en je krijgt alle belangrijke informatie te horen. Met een van de belangrijkste notes: “Bergen is de meest regenachtige stad van Europa”

15 Juli – 21 Juli EKu23 Bergen Noorwegen

15 Juli vertrekken we met heel Oranje naar Bergen. Op het vliegveld krijg je dan weer 100 keer de vraag met wat we gaan doen. Net als de vorige keren. De sfeer is echt heel leuk, iedereen heeft er zin in en het voelt nog een beetje als schooluitje ofzo. Op vliegveld trek je nog een beetje op met de mensen die je kent. Ik probeer hier en daar al wat nieuwe mensen te spreken. Dus dat zijn dan voornamelijk de niet afstandlopers. Ik word zelf heel enthousiast van al die verschillende mensen, doelen, achtergronden, verhalen etc. De eerste dagen zijn een beetje acclimatiseren en vooral rustig aan doen. Ik loop de series op dag een van het toernooi dus dat is de 18e.  Ik voel me echt wel goed. Ik voel nog wel een klein beetje mijn achilles, dus dat zit ook echt wel in het koppie. Veel last al met wandelen, als ik gezeten of gelegen heb. Ik heb me zo goed mogelijk proberen voor te bereiden en probeer hier zo min mogelijk aan te denken. Ik heb immers 3:38 gelopen met die zelfde achilles.

Guido mijn coach is zelf niet mee, dus ik word begeleid door Lars. De nieuwe talenten coach van Team NL op Papendal. Een jonge enthousiaste gast, die heel onzeker overkomt, nog lerende is en echt wel een nerd. Ik heb best een goede band met hem, ook vooral omdat ik zijn enthousiasme heel erg waardeer. Hij kan best ongemakkelijk zijn in zijn omgang en communicatie en ik vind het heel leuk om sarcastisch te zijn en mensen in de maling nemen. Dus dat zorgt voor een nog leukere dynamiek. Hij heeft goed contact met mijn coach Guido, dus de avond voor de wedstrijd bespreken we een game en raceplan. Gameplan is hoe je ervoor gaat zorgen je beste prestatie neer te zetten. Denk aan slaap, eten, eetmomenten, vertrek naar stadion, warming up etc. en raceplan is echt hoe je de wedstrijd zelf gaat aanpakken. Om naar de finale te gaan is top vier nodig en vier tijd snelste. Aangezien ik mezelf niet echt een tempomaker zie zijn voor mijn serie, wordt het gaan voor automatische plaatsing. Dus Top vier!!

Ik loop pas om 18:45. Ik loop zelf liever in de ochtend, maar ik moet het er maar mee doen. om 16:00 spreek ik met Lars af in de lobby van het hotel. De laatste check wordt gedaan. Ik heb alles en we lopen naar de shuttle naar de baan. Ik voel me relaxed en grap een beetje met Lars. Ik werk mijn game plan stap voor stap af. Inlopen, rekken strekken, actieve mobilisatie, versnellingen en werk toe naar de harde 200 meter een half uur voor de start. Deze mag iets harder, want er zit aardig wat tijd tussen de versnelling, de call-room en uiteindelijk de start. Om 18:11 is namelijk al de eerste call-room. Ik meld me aan bij de call-room en ga nog even naar de wc. Ik probeer me zelf langzaam op te peppen, maar ben nog steeds echt heel kalm. Van de ene call-room naar de tweede is het een klein stukje lopen en komt uit bij het stadion. Ik geniet van de sfeer en van alles en iedereen om me heen. Het voelt nog een beetje onwerkelijk ofzo. In de call-room wens ik Stefan Nillesen nog even succes die in de serie voor me zit.

We zien allemaal op het scherm dat het echt niet hard gaat, dat er zelfs een jongen reageert dat wij het hard moeten maken. Ik sta daar zeker voor open, want ik heb de op drie na beste tijd van mijn serie. Alleen ga ik het zelf niet hard maken. We mogen het stadion in en we zien nog net de finish van serie een. 3:44 loopt de top acht. Dus als iemand het even goed aan slingert, kunnen we best met acht man door naar de finale. Ik doe een versnelling en de start wordt iets uitgesteld. Terwijl ik terug loop hoor ik een keiharde fluit en dit keer is het wel papa. Ik zie drie oranje stipjes op de tribune springen en zwaaien. Juul, papa en mama. Ik moet lachen en ik steek mijn hand naar ze op. Trotser dan dit kan niet. De vier favorieten worden voorgesteld, waaronder ik met de vierde tijd. Het startschot klinkt en ik start vrij hard zodat ik goed voorin kom. Ik kom zo ook op de vierde positie en ik zie de Pool die het hard wilde maken naar kop lopen. Ik ben blij, want ik hoop dat hij het even een eerlijk tempo gaat maken.

Ik voel het tempo al snel van 100 meter naar 200 meter drastisch omlaag gaan. Wat voor mij ook wel prima is. Ik denk dat ik in beide situatie wel goed kon schakelen. Ik zorg ervoor dat ik niet te ver opgesloten kom te zitten, maar behoud wel mijn positie. We komen 1:03 door op de 400 meter. Dit is om en nabij 3:57 op de 1500 meter. Dus het is echt echt een boemelrace. Ik kies er dan ook voor om aan de buitenkant te gaan lopen om niet echt in het gedrang te komen. Vanuit baan drie loop ik naar voren en positioneer mij perfect op plaats twee met nog 800 meter te gaan. Ik laat een Italiaan nog voor me. Dus loop nu op derde positie.

Vanaf dit moment wordt het een en al chaos. Ik probeer in de rug van de Italiaan te blijven, maar op een of andere manier wurmt een Pool zich door mij heen. En ik word in de bocht door twee gasten gebeukt en ook nog is aan de binnenkant ingehaald. Ik denk aan Jeruzalem, waarin ik ongeveer op de zelfde positie liep op dit moment van de race. Ik probeer te schakelen, maar op dat moment kom ik letterlijk in gevecht met een Ier. Twee seconde later zie ik een Brit van baan een naar baan vijf vliegen en ik bedenk met dat moment dat het altijd nog erger kan. De bel klinkt en ik kom als tiende door. Ik haal nog eens diep adem en maak me klaar voor een keiharde eindsprint.

Voor me wordt nog veel geduwd, dus ik hoop dat hun veel energie verspillen. Met nog 300 meter te gaan wil ik inhalen, maar ik voel dat de gebruikelijke versnelling er niet echt inzit. Ik zie het hele veld versnellen en vertrekken. Ik hoop op een wonder, maar dit is Europees top niveau. Waarin je het niet gaat halen met een wonder helaas. Het is keihard, maar ik lig er uit. Ik kan wel janken. Mijn slechtste race van het jaar en dat op het hoogste niveau, het moment dat je het zo graag wilt laten zien. Het enige wat er in me op gaat is balen. Ik zie Juul met trots aan de kant staan. Wat op dat moment misschien wel goed is, want als ik ma had gezien, was ik oprecht in tranen uitgebarsten. Juul had hier ook heel graag willen staan, wat ik me realiseer het moment dat ik haar zie. Wat mij doet beseffen dat ik al trots mag zijn dat ik hier sta. Het was misschien niet helemaal waar ik voor kwam, maar ook dit is sport.

Ik kan gelukkig snel schakelen in het moment zelf en goed reflecteren en evalueren. Nu kan ik nog lekker genieten van Bergen en van alle andere fantastische oranje leeuwen en leeuwinnen, waaronder morgen Dion op de 800 meter. Ik geniet nog altijd van elke seconde. De volgende dag kan ik gezellig Bergen in met pa, ma en Juul. Wat souvenirtjes gekocht en pa verslagen met Pull-ups. (die vent is te oud) Gelijk daarna door naar het stadion om Dion aan te moedigen. Hij haalt de finale helaas ook niet. Het waren een paar geweldige dagen. Met ook nog de laatste avond de stad in met heel veel landen.

Het NK staat gelijk al weer op de planning aankomend weekend, maar ik merk dat mijn lichaam echt echt klaar is. De bedoeling was dat ik het tweede deel van het seizoen wat meer 3000 en 5000 meters zou gaan doen. Hier zou ik op NK mee beginnen, want dat leek mij vooral heel vet. De focus op een andere afstand en op NK kan het tactisch worden, wat voor mij gunstig zou zijn. Eerst de knoop doorhakken of ik überhaupt nog zou lopen. Donderdag de knoop doorgehakt en besloten om nog een laatste wedstrijd mee te pakken. Vooral omdat het een NK is.

27 Juli – NK 5000 meter finale

Nog een voordeel is dat er geen series gelopen hoeven te worden, dus ik hoef me nog maar een keer op te laden. Ik heb er echt onwijs veel zin in. Mijn eerste 5000 meter sinds 2022 en dat gelijk tegen de Nederlandse top. Ik loop zaterdag om 11:28, dus ik begin om 10:20 met mijn warming-up. Het is echt bijzonder slecht weer en heb daar niet perse heel veel rekening mee gehouden. Ik heb niet genoeg warme en droge spullen mee. Gelukkig kan ik veel van mijn warming-up binnen doen. kwartiertje voor de Call-room ga ik samen met Levi mijn teamgenoot richting de warm up area. Voor de laatste sprintjes op de baan. Hier zien we Guido ook nog even en geven elkaar een dikke knuffel voor we de call-room in gaan. Eenmaal in de call-room voel je de spanning, de spanning die bij mij nog een beetje ontbreekt. Deels door onwetendheid en deels door het feit dat ik ruim drie keer zoveel meer tijd heb om fouten goed te maken tijdens de race. Ik kan echt echt genieten zonder dat er verwachtingen zijn.

We lopen het stadion in en het is helaas best rustig voor een NK. Maar ik heb zelf wel een kleine fanbase met pap, mam, Juul en haar ouders en zusje. De baan is nat, maar het regent niet tot nauwelijks. Mijn plan is om lekker rustig aan te beginnen en vanuit achter op te bouwen. We starten in waves, waardoor iets verder voor mag staan, maar el in baan vijf sta. Prima, kan ik op mijn eigen tempo invoegen. Het startschot gaat en voor mijn gevoel start ik best rustig, maar op een of andere manier beland ik zonder moeite op kop. Samen met Stan Niesten die ook traint onder leiding van Guido. Ik moet wel lachen, want dit hebben Stan en ik al een keer eerder meegemaakt. Toch te enthousiast gestart. Als je paar regels terug leest, was dit ook niet echt de bedoeling. Het tempo ligt gelukkig laag, waardoor het me niet heel veel uitmaakt dat ik op kop loop. Zolang ik maar niet in het gedrang kom.

Het gaat langzaam en de wedstrijd duurt maar liefst 12,5 ronden. Ik moet eerlijk toegeven ik kan me bij deze wedstrijd niet alles meer herinneren. Het ging allemaal een beetje vanzelf. Na twee rondes waren er een paar tempowisselingen, waardoor ik toch in de drukte kwam. Dit kostte me veel energie en ik wist absoluut niet wat ik moest doen. Ik had ook wel een beetje paniek, dus creëerde snel ruimte. Er was veel geduw, getrek en positie wisselingen. Ik liep op het moment niet op kop en niet in het gedrang. Het leuke is met zo’n langzame en lange wedstrijd is dat je nog wat mee krijgt wat er om je heen gebeurt. Zo hoorde ik het zusje van Juul, Fien. Echt elke ronde schreeuwen alsof het de laatste 100 meter was. Dit vond ik na ronde zesde al zo grappig dat ik in een lachje schiet. Twijfelde om nog even te zwaaien, maar ik wilde niet te arrogant overkomen. (achteraf zagen ze dat ik moest lachen)

Dit was heel toevallig ook een beetje het kantelmoment van de wedstrijd. De twee favorieten schoven naar voren. Drie anderen, waaronder ik reageerden goed. Er ontstond binnen 100 meter een gat achter me. Vanaf dit moment schakelde ik mentaal ook gelijk. Nu begint de wedstrijd. Mike Foppen, de favoriet voerde het tempo geleidelijk omhoog. Een jongen voor me moest er al snel af, we zijn nog maar met zijn vieren. Ik maak nu echt kans op een medaille, kosten wat het kost moet ik dat logo op de rug van Nik Lemmink volgen. Mijn benen begonnen al vrij vroeg pijn te doen, maar ik kan gewoon een medaille halen. Het enige wat nog moet gebeuren is dat Nik breekt. Ronde na Ronde probeerde ik te volgen, tot ik mentaal brak. Het demotiverende stemmetje in mijn hoofd zei: “Als Nik deze ronde niet breekt, haal ik geen medaille” Ik probeer de knop nog om te zetten. Maar als dit al in je hoofd zit is het eigenlijk al foute boel. Met nog twee en een halve ronde breek ik. Het gat wordt groter en opnieuw kom ik in een onbekende omgeving.

Ik word 200 meter later ingehaald door Stan. Ik haak aan en het voelt ook als een opluchting. Als ik gewoon blijf plakken, sprint ik hem er de laatste 100 meter wel uit. 500 meter voor de finish worden we door nog drie mensen ingehaald. Ik had er wel vrede mee, want dan had ik in ieder geval nog een paar tempo makers, voordat ik hun eruit sprint. Ik wacht en wacht en wacht. Tot een andere 1500 meter loper al een move maakt met nog 300 meter te gaan. Ik schakel meteen, want als hij vertrekt kan ik de vierde plek wel vergeten. Het doet echt pijn, maar ik voel me sterk genoeg om nog een keer 200 meter keihard aan te zetten. Ik wacht nog 50 meter en zet mijn aanval in. Maarrr…. Had ik al gezegd dat dit onbekend terrein is voor mij? Ik begin met sprinten, maar ik sprint niet. Ik sta stil en mijn benen blokkeren. Ik wil en ruik die vierde plek, maar in plaats van een iemand inhalen. Word ik er door drie ingehaald. Hoe ik als deze jongens er normaal gesproken volledig uit zou sprinten op een 1500 meter, begeef ik me nu in de hol van de leeuw. Ik kan er wel om lachen. Ging voor brons en wordt uiteindelijk achtste. Ik heb er alles aan gedaan en het was een van de leukste races dit seizoen.

Met heel veel hoogtepunten, maar helaas ook een diepte punt door mijn achillespees. Ik heb toch meer een blessure opgelopen, dan we van tevoren hadden voorspeld. Helaas is dat ook het spelletje. Ik zal deze winter er alles aan doen om fitter en beter aan de start te staan van volgend baan seizoen. 18 december vertrek ik weer naar Spanje voor trainingsstage. Maar eerst over twee weken nog Warandeloop!! Bedankt voor het lezen en hopelijk tot snel.

Met sportieve groet,

Ioann Lobles